FAQ

Dit heeft alles te maken met het vermogen van de aansluiting. Dat is een maat voor hoeveel stroom er geleverd kan worden. Met het toenemen van het aantal elektrische avoertuigen is een groter vermogen nodig. Ook zijn veel langere en dikkere kabels nodig om aan te sluiten op het elektriciteitsnet. Bij een aantal verzorgingsplaatsen is over een paar jaar al meer nodig dan de huidige aansluiting kan leveren. Doordat veel meer partijjen dan vroeger een grote(re) aansluiting willen hebben is de wachttijd lang (gemiddeld 4 jaar). Door vooruitlopend op de komst van een nieuwe exploitant een grote netaansluiting aan te vragen winnen we tijd.

Hoe langer de afstand waarover kabels aangelegd moeten worden, hoe duurder. De investering in zulke aansluitingen is zo hoog dat het lang duurt voordat een exploitant dit terugverdient. Het rijk heeft de mogelijkheid om de kosten voor de netaansluiting te verdelen over twee vergunnings/exploitatie periodes. Dus over 30 jaar. Daardoor nemen de kosten voor de exploitant af terwijl hij wel over voldoende stroom beschikt om aan de vraag te voldoen.

Ook de netbeheerders hebben profijt van dit initiatief. Als de laadpaalexploitant een grotere aansluiting zal aanleggen zal deze niet gebaseerd zijn op het vermogen dat in 2050 nodig is. Waardoor de grond minimaal twee keer open moeten om nieuwe kabels te graven. Dit zorgt voor hogere kosten, maar ook moet meer werk gedaan worden dan wanneer het in een keer gedaan wordt.

  • Een robuust laadnetwerk. Zo is er genoeg stroom beschikbaar voor betrouwbaar opladen van elektrische voertuigen. De aansluitcapaciteit is daarbij toereikend om te voldoen aan de groeiende vraag naar (snel)laden op verzorgingsplaatsen.
  • Minder druk op de netbeheerders, omdat de benodigde infrastructuur in één keer kan worden aangelegd. De grond hoeft daardoor maar één keer open voor een toekomstbestendige netaansluiting.
  • Lagere maatschappelijke kosten: de aansluiting wordt direct verzwaard wanneer dat nodig is, waardoor er geen herhaaldelijke investeringen nodig zijn voor stapsgewijze uitbreidingen.
  • Een geslaagde overgang naar duurzame mobiliteit op het hoofdwegennet.

Een toekomstbestendige netaansluiting is een aansluiting op de verzorgingsplaats die voldoet aan de verwachte elektriciteitsvraag in 2050. Dit kan op twee manieren: door de huidige aansluiting zo lang mogelijk optimaal te benutten totdat de vraag stijgt en een zwaardere aansluiting nodig wordt, óf door op locaties waar de toekomstige vraag dit nu al vereist direct een grotere aansluiting te realiseren.

De aanpak Stopcontact op Land is nodig aangezien de huidige marktwerking, rondom laadinfrastructuur op de verzorgingsplaatsen langs het Nederlandse hoofdwegennet, tekort schiet. Daardoor is het nu niet goed geregeld dat:

- Laadlocaties op tijd over een netaansluiting beschikken.
- De noodzakelijke verzwaringen van de netaansluiting worden uitgevoerd.
- Laden op alle verzorgingsplaatsen betrouwbaar kan doorgaan.
- Het energiesysteem toekomstbestendig en stabiel blijft.

Daarnaast vraagt de stap van een 2 naar 5 megavoltampère (MVA) aansluiting om een grote investering. Het is onwaarschijnlijk dat laadexploitanten deze kosten binnen de gebruikelijke exploitatietermijn van 15 jaar kunnen terugverdienen. Daarvoor wordt de noodzakelijke verzwaring vaak uitgesteld, met als gevolg dat de laadcapaciteit achterblijft op de groeiende vraag tijdens de transitie naar elektrisch rijden. 

Niet iedereen heeft de mogelijkheid om thuis of op het werk (voldoende) te laden. Daardoor blijft (snel)laden onderweg noodzakelijk, met name voor langere ritten en voor reizigers die geen toegang hebben tot private laadvoorzieningen.

Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 9% van al het laadgedrag bestaat uit snelladen onderweg (Nationaal Laadonderzoek RVO, 2023).  En dat ongeveer 3 à 4% specifiek plaatsvindt op verzorgingsplaatsen langs het Nederlandse hoofdwegennet (Revnext, 2024).

Daarnaast groeit het aantal elektrische voertuigen sterk, waardoor de vraag naar laadcapaciteit op verzorgingsplaatsen langs het hoofdwegennet toeneemt. Daarom dat het van belang is dat de snellaadinfrastructuur op verzorgingsplaatsen de vraag aan blijft kunnen.

Als het Rijk geen regie neemt, ontstaan er twee risico's voor de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van laadinfrastructuur op de verzorgingsplaatsen langs het Nederlandse hoofdwegennet.

  1. Onzekerheid over het behoud en de beschikbaarheid van netaansluitingen.
    Door de huidige netcongestie is het onzeker of een laadexploitant na de overdracht van een vergunning nog beschikt over een passende netaansluiting. Een nieuwe netaansluiting kan vaak niet tijdig worden gerealiseerd, omdat netbeheerders kampen met capaciteitstekorten en lange doorlooptijden.
    Daarnaast is het niet gegearandeerd dat vertrekkende en nieuwe exploitanten onderling afspraken maken over het overdragen van een bestaande netaansluiting. Als dat mislukt, kan een laadlocatie zonder netaansluiting komen te zitten. Dat betekent minder laadcapaciteit op het hoofdwegennet. 
     
  2. Noodzakelijke verzwaringen blijven waarschijnlijk uit.
    Voor veel verzorgingsplaatsen is in de komende jaren een verzwaring van netaansluiting nodig om te blijven voldoen aan de groeiende laadvraag. Maar een exploitant kan zo'n investering vaak niet tijdig of zelfstandig realiseren. Een zwaardere aansluiting is duur, realisatie duurt lang en de investering is onwaarschijnlijk terug te verdienen binnen de beperkte looptijd van de vergunning. 

De opgave is omvangrijk. Op basis van de huidige inzichten wordt verwacht dat ongeveer 150 verzorgingsplaatsen in de komende jaren een zwaardere netaansluiting nodig hebben om te kunnen voldoen aan de groeiende vraag naar (snel)laden. 

Daarnaast zijn er naar schatting circa 80 verzorgingsplaatsen waar de bestaande netaansluiting waarschijnlijk voldoende blijft, eventueel aangevuld met batterijopslag om piekbelasting op te vangen.

Samen laten deze aantallen zien hoe groot de uitdaging is om alle verzorgingsplaatsen langs het Nederlandse hoofdwegennet toekomstbestendig te maken voor elektrisch laden. 

Dit is een lastige vraag aangezien het over de toekomst gaat. Helaas kunnen we de toekomst niet voorspellen.

Wel weten we dat netcongestie, de dienstverlening van de snellaadexploitant en de snelheid van de mobiliteitstransitie invloed hebben op de beschikbaarheid van voldoende elektrisch vermogen.

Verder uitgelegd:

  1. Netcongestie: in hoeverre de regionale netbeheerder de elektriciteitsvraag op de verzorgingsplaats kan leveren is heel belangrijk. De snellaadexploitant is hier namelijk afhankelijk van. Op dit moment wordt veel ontwikkeld om het bestaande net slimmer te benutten, denk aan het afnemen van stroom buiten de piekmomenten en het toepassen van batterijen om pieken in de vraag naar snelladen op te vangen. We verwachten dat batterijen tijdelijk een deel van de laadvraag die niet geleverd kan worden door de netbeheerder zullen opvangen. Als dat voldoende is, kunnen de auto’s en vrachtwagens met de gewenste snelheid laden.
  2. Dienstverlening van snellaadexploitant: deze zal proberen om zo voorspelbaar mogelijk te zijn. Dus zal de snellaadexploitant onderbrekingen of grote verschillen in het snelladen proberen te voorkomen. 
  3. Snelheid van de mobiliteitstransitie: hoe groot de vraag precies zal zijn, heeft ook verband met het kijken in de toekomst. Als in een korte tijd de vraag snel stijgt, moeten de exploitanten snellaadpalen toevoegen. Dit kan effect hebben op de wachttijd voordat kan worden geladen. Dit heeft ook een link met de netcongestie, zoals aangegeven is de snellaadexploitant afhankelijk van de beschikbare capaciteit op het distributienet. Concreet, als de laadpalen bezet zijn zullen voertuigen moeten wachten voordat gestart kan worden met laden. Als vervolgens geladen wordt, gelden de hierboven genoemde punten weer.

Op dit moment is nog onduidelijk of en wanneer de aanpak Stopcontact op Land daadwerkelijk wordt uitgevoerd. De aanpak is nu alleen als advies opgesteld, er is nog geen besluit genomen over de implementatie. 

Het programma deelde eind 2025 zijn bevindingen met daarbij een voorstel voor een landelijke aanpak voor het realiseren van toekomstbestendige netaansluitingen op alle verzorgingsplaatsen langs het hoofdwegennet. 

Mocht het Rijk besluiten om de aanpak uit te voeren, dan ziet de globale tijdlijn er als volgt uit:

  • Tot 2035: nadruk op het behouden en veiligstellen van bestaande netaansluitingen op de verzorgingsplaatsen.
  • Tot 2050: realisatie van zwaardere netaansluitingen.

Omdat er nog geen definitief besluit is genomen, is uitvoering nog onzeker. 

De netaansluiting kan 8500 kW vermogen leveren. Dat wil zeggen, de onderdelen zoals de kabels, schakelaars en aansluitpunten zijn ontworpen om dit aan te kunnen. Dat zegt alleen nog niets over het elektriciteitsnet, want het gevraagde vermogen moet geleverd worden vanuit het distributienet van de regionale netbeheerders. Juist in tijden van netcongestie is meer vraag naar vermogen (op bepaalde momenten) dan geleverd kan worden door de netbeheerder. Verder geldt dat de netaansluiting voldoende capaciteit moet hebben voor de eindsituatie van de mobiliteitstransitie, dus het moment dat het meeste vervoer elektrisch rijdt. De netaansluiting zal elk jaar steeds iets meer benut worden tot het einde van de transitie (2050).

Waarmee is dit vermogen te vergelijken?
8500 kW is te vergelijken met het vermogen dat nodig is om een woonwijk van 1500 woningen te voorzien van elektriciteit (woningen met een warmtepomp).

Verder is een netaansluiting ongeveer 500 keer zo klein als al het vermogen dat de fabrieken van Tata Steel nodig hebben, dit is namelijk 4GW. Het totaal vermogen voor alle 230 verzorgingsplaatsen en dus netaansluitingen komt wel in de buurt van het vermogen van Tata Steel, namelijk 1600 MW (dat is 1,6 GW).

Bron Klimaat Helpdesk

Elke grote netaansluiting heeft op het perceel van de klant (gebruiker aansluiting) een inkoopstation waar de kabel binnenkomt. Daarnaast moet de elektriciteit verdeeld worden. Daarvoor zijn schakelaars nodig, deze bevinden zich in een gebouw dat lijkt op het inkoopstation. Afhankelijk van de hoeveelheid beschikbare ruimte kan worden gekozen voor één gebouw met daarin het inkoopstation en de automaten (verdelers) of voor twee losse gebouwen. Bij elkaar neemt dit ongeveer 7 - 10 meter bij 3 meter in. Op de verzorgingsplaats zullen ook transformatoren worden geplaatst, deze worden aangesloten op de kabels afkomstig vanaf de automaten (verdelers) SOL, maar zijn eigendom van de Charge Point Operator (CPO). De transformatoren hebben een ruimte nodig van 6,5 meter bij 4,5 meter (transformator inclusief vrije ruimte).
De kabels verbinden de verschillende componenten met elkaar. De kabels worden zo aangelegd dat ze later makkelijk te bereiken zijn (bijvoorbeeld in de vrije ruimte onder een voetpad).

Voorbeeld gebouw met inkoopstation en automaten
 

Zoals beoogd in de Aanpak Stopcontact op Land kan de netaansluiting op de verzorgingsplaats worden gedeeld door maximaal vier gebruikers. De aansluiting is bedoeld voor mobiliteitsvoorzieningen, zoals laadinfrastructuur, en eventueel voor duurzame opwek. 

De aansluiting is niet bedoeld voor andere voorzieningen op de verzorgingsplaats, zoals een winkel of restaurant. Deze blijven gebruikmaken van hun eigen bestaande aansluiting. 

Bij de ontwikkeling van een toekomstbestendige netaansluiting zijn diverse partijen betrokken met eigen taken en verantwoordelijkheden. Zo stelt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wet- en regelgeving op om laden van elektrische voertuigen op verzorgingsplaatsen mogelijk te maken. Rijkswaterstaat voert deze wet- en regelgeving vervolgens uit door onder anderen een toekomstbestendige netaansluiting te ontwikkelen en laadkavels uit te geven aan Charge Point Operators (CPO's); de laadpaalexploitanten. Het Rijksvastgoedbedrijf verhuurt daarna namens het Rijk een deel van de verzorgingsplaats aan een CPO, waarna de CPO via de toekomstbestendige netaansluiting aansluit bij het net van de regionale netbeheerder en een energiecontract afsluit met een energieleverancier. Naast de CPO kunnen mogelijk ook andere partijen zoals een duurzame energieopwekker of een waterstofstation op de verzorgingsplaats betrokken zijn bij de toekomstbestendige netaansluiting. 

Nee, de toekomstbestendige netaansluiting is alleen bedoeld voor afnemers van energie op de verzorgingsplaats. Een industrieterrein is wel een afnemer, maar ligt buiten de verzorgingsplaats. Opwekkers van energie zoals wind- en zonneparken kunnen wel van buiten de verzorgingsplaats aansluiten. De reden hiervoor is dat op de netaansluiting maar een maximale hoeveelheid energie kan worden afgenomen. Deze hoeveelheid is bepaald op basis van de verwachte elektrische vraag voor het laden van voertuigen op het einde van de mobiliteitstransitie. Als het Rijk afnemers van buiten de verzorgingsplaats toestaat is te weinig energie beschikbaar voor het laden.

Iedere laadpaalexploitant heeft te maken met hoge kosten voor de aanleg en gebruik van de netaansluiting en laadplein. Op de verzorgingsplaats zijn laadpaalexploitanten gedurende 15 jaar actief, in die periode verdienen zij hun investering terug met een winstmarge. Door de relatief beperkte periode en de hoge kosten van snellaadinfrastructuur kan het zijn dat de kWh-prijs aan de laadpaal hoger uitvalt dan ergens anders. Zo verschilt de prijs van motorbrandstoffen langs de snelweg ook met de prijzen daarbuiten. Het is nog niet zeker dat dit bij laden ook echt gaat gebeuren, het is allemaal nog nieuw en onzeker.

De kosten volgen uit de (gereguleerde) tarieven van de netwerkbeheerders die de aansluiting moeten aanleggen. Gemiddeld is de afstand tot het punt waarop de aansluiting met het elektriciteitsnet kan worden verbonden 6 kilometer. Daarom zijn de gemiddelde kosten voor aansluiting 2 tot 3 miljoen euro. Daarnaast moet op de verzorgingsplaats nog aanvullende energie-infrastructuur worden gerealiseerd van ongeveer 1 miljoen euro.

Ja, als het Rijk besluit de toekomstbestendige netaansluitingen aan te leggen is dat een investering in het elektriciteitsnet.

Maar dit is indirect. Voor het realiseren van een toekomstbestendige netaansluiting moet de regionale netbeheerder namelijk kabels aanleggen en aansluiten op hun distributienet. Dit kost natuurlijk geld.

Daarnaast moet het distributienet de (toekomstige) vraag kunnen voorzien, hiervoor zijn ook uitbreidingen in het distributienet nodig. Vanwege de energietransitie zijn veel uitbreidingen nodig, daarom zitten in de kosten van de netaansluiting voor het Rijk ook kosten verwerkt voor het uitbreiden van het distributienet.

Alleen zijn daarmee nog niet alle kosten voor de regionale netbeheerder betaald. Naast de investering in de netaansluiting dragen ook de groeiende gebruikskosten van de netaansluiting bij aan de totale kosten die de regionale netbeheerder maakt voor het uitbreiden van het distributienet. We verwachten dat de gebruikskosten worden betaald door de snellaadexploitant als gebruiker van de toekomstbestendige netaansluiting.

Nee, in geen een uitwerking van SOL is sprake van de verkoop van energie door het Rijk. Het klopt dat het Rijk eerst een netaansluiting organiseert, maar deze gebruikt zij zelf niet. De gebruikers (bijvoorbeeld een Charge Point Operator) sluiten zelf een energiecontract af met een energieleverancier. Vergelijk het met de situatie thuis, de regionale netbeheerder zorgt voor de aansluiting terwijl de consument zelf een energieleverancier kan kiezen. Datzelfde principe is ook van toepassing voor de toekomstbestendige netaansluitingen.

Cookie-instellingen